Houtkachel Stoken

Houtkachel Stoken

Houtkachel stoken

Een houtkachel stoken brengt warmte en sfeer in je huis. Zeker ‘s winters is er bijna niets fijner dan lekker bij de houtkachel of open haard zitten; met een goed boek, of gewoon starend naar de vlammen. Maar hoe zorg je voor een goed houtvuur? Wat is de meest efficiënte manier om hout te stoken? Hoe beperk je de overlast van rook en met welke regels moet je rekening houden als je een houtkachel stookt? Deze en andere vragen beantwoorden we in dit artikel. Met onze tips voor het stoken van een houtkachel haal jij maximaal plezier uit je houtvuur, en beperk je de overlast voor je omgeving tot het minimum.

Houtkachel stoken volgens de Zwitserse methode

Een goed vuur begint bij het aansteken. Bij de traditionele manier van aansteken werk je van beneden naar boven. In Zwitserland hebben ze echter ontdekt dat van boven naar onder werken efficiënter en milieuvriendelijker is. Deze omgekeerde manier van aansteken wordt daarom ook wel de ‘Zwitserse methode’ genoemd. Je kachel aansteken volgens de Zwitserse methode doe je als volgt: op de bodem van de kachel leg je twee grotere houtblokken, die je bedekt met een laag aanmaakhoutjes; hier bovenop stapel je opnieuw grotere houtblokken, die je vervolgens weer bedekt met aanmaakhout. Zodra je bouwwerk klaar is, leg je een aanmaakblokje onder de bovenste laag aanmaakhout en steek je die aan. Het aantal verdiepingen dat je kunt bouwen, hangt af van de grootte van je kachel. Hoe je je kachel ook aansteekt, zorg er altijd van dat er genoeg lucht bij het vuur kan komen. Dit doe je door de luchttoevoer van je kachel en schoorsteen helemaal open te zetten en de kacheldeur op een kier te zetten. Zodra de kachel brandt, voeg je alleen hout toe als het hout in de kachel gloeit. Zo stook je zo zuinig mogelijk.

Kachel stoken bij harde wind

Zo lang je goed stookt en je schoorsteen goed onderhoudt, kun je zonder problemen je kachel stoken bij harde wind. Doe je dit niet, dan loop je bij harde wind een groter risico op een schoorsteenbrand. Zorg daarom altijd dat het hout volledig verbrandt en laat je schoorsteen periodiek schoonmaken. Of je hout volledig wordt opgestookt, kun je controleren door te kijken naar de vlammen en de rook. Als het goed is, zijn de vlammen helder geel, stabiel en is de rook kleurloos. Bij onvolledige verbranding zijn de vlammen oranje, is er veel geflakker en donkere rook. In dat geval vormt zich een laag van onverbrande deeltjes in je rookkanaal. Deze aanslag wordt creosoot genoemd en is zeer brandbaar. Bij harde wind of storm ontstaan er eerder schoorsteenbranden, doordat de wind je schoorsteen harder laat trekken en de vlammen hoger laat oplaaien.

Kachel stoken regels

Veel mensen vragen zich af of een kachel stoken zonder overlast mogelijk is. Het antwoord hierop is helaas nee. Er komt altijd rook vrij waar mensen last van kunnen hebben. Er zijn wettelijke regels voor het stoken van kachels, maar die verschillen sterk per gemeente. Houd je daarom aan de volgende basisregels om de overlast voor je omgeving zo veel mogelijk te beperken:

  1. Stook alleen droog hout

  2. Stook je kachel niet bij windstil weer of mist

  3. Zorg voor volledige verbranding door de luchttoevoer open te houden

  4. Houd je schoorsteen schoon

  5. Blijf in gesprek met je omgeving

To Top